Cantica

Prima Pagina     Programma     Nos appellare

Historia     Repertorium     Annotamenta     Ligamina

Mobilis

Nederlands In English

Evolutio Gradualis Romani

Auctor: Dns. Jean-Pierre Exter

Progressio nova ad finem saeculi decima octava in Europa Occidentali orta est quae influentiam longiturnam efficeret litteratura et praecipue musica: Romanticismus. Romanticismus reactio contra tempus Illuminismi partim erat, qui inter multa saecula durabat et contumeliose contra Medium Aevum obscurum interdum se exprimebat.

Saeculum decima nona erat tempus mutationum in societate undique. Et apud Ecclesiam Romanam aliqui prelati optabant ut Cantus Gregorianus aliusmodi cani posset quam modo Editionis Mediceae incipii saeculi decimi septimi.

Dns Guéranger et Dns Pothier

Abbatia SolesmensisAnno MDCCCXXXII presbyter Prosperus Guéranger prioratum ruinosum statu demoliendi emit. Qui cum nonnullis monachis se residet. Postmodum prioratus ut abbatia ammittitur nomine l'abbaye Bénédictine de Saint Pierre de Solesmes (Abbatia Sancti Petri Solesmensis).

Dns Guéranger, O.S.B., quoque rebatur Cantum Gregorianum Editionis Mediceae qualitate inferiori et modum canendi Gregoriani in Medio Aevo obscuro quaerere incipiebat. Iosephus Pothier, musicus eruditus, qui abbatiam AD MDCCCLVIII adtexit, cum nonnullis monachis a Dno Guéranger iussus est quaerere antiqua manuscripta Gregoriana ut Cantui Gregoriano authenticitatem redderent.

Cantus pseudo-Gregorianos ut Missam de Angelis, Credo III, antiphonas Mariales ut Salve Regina, Regina caeli etceteras, certe illis notos fuerunt. Usque ad Renascentiam litterarum manuscripta antiquiora quoque fortunate salvi manserant. Quorum labor incipi poterat et Dns Pothier, O.S.B. sociique eius abbatias, bibliothecas publicas privatasque, ecclesias et omnia loca possibilia in Europa Occidentali perscrutabantur ad antiqua manuscripta cum aut sine notationibus musicis (nonnulla unam lineam tantum praebebant super semitonum), cum aut sine neumis quaerenda.

Quaesta illorum quippe chronologica non erant, saeculis extendentes, enigma ut cephalargiam perducat. Quia technica photographica progressa erat, omnia documenta photographare poterant ad laborem eorum leniendum. Quod Dns. Pothier sociique eius effecerunt incredibile est et tum qualificatur ut investigatio scientifica. Quodcumque de Cantu Gregoriano nunc noverimus cuius fundationem illi creaverunt.

Fontes pretii inaestimabilis

Inventiones magni momenti:

  • Codex H.159 Lycei medicinalis Montepessulani: neumae super literulas primitus videntur, praecipue literulae quidecim primae ex alphabeto Romano, qui tonum verum praebent. Graduale in se non est sed potius liber cantuum ad exercendum scolae. Saeculo undecimo.
  • Cantatorium Sancti Galli: omnes notationes cantori(bus) continet et manusciptum multo perfectum accuratumque est ex omnibus manuscriptis adiastematicis. Quae sunt manuscripta sine notatione toni veri. Incipio saeculi decimi.
  • Antiphonarium Corbeianum: ante Introitus et Communiones singulos modi ecclesiastici applicati sunt annotati in margine. Modos octo notos erant. Saeculo nono - decimo

acus codicis H.159 Montepessulani

Perscrutatio, comparatio, disciplinaque horum manuscriptorum viginti annorum consumpsit. Ex his investigationibus encyclopaediae palaeographicae numerosae ortae sunt et postremo editio AD MDCCCLXXXIII Libri Gradualis, qui fuit liber primus cantuum Gregorianorum completissimus et quidem fundamentum Gradualis Romani.

Liber Gradualis destinatus erat ad usum abbatiis Benedictorum. Usus celebrationibus parochialibus paulatim optatur et AD MDCCCXCVI prima editio Libri Usualis apparuit, set impressa AD MCMXXVII tantum. Papae Pii X gratia ambo libri paulatim utebantur. Dns. Pothier primus fuit ut defenderet hanc propositionem: medolia Gregoriana tantum existit ad verba suscipienda et ei expressionem rhythmumque donandum, non modo contratrio. Cantus Gregorianus ultimate est nuntius liturgicus cantatus!

Dns. Mocquereau

"Editio Vaticana" (= Graduale Romanum), liber cantuum ad totum annum ecclesiasticum servendus, a Dno. Pothier Andreaque Mocqereau factus apparet, fundatus secundum Librum Gradualem antiquaque manuscripta. Dns. Mocquereau studium musicum anticum operosum gavisus erat et aptat illam peritiam Cantui Gregoriano.

Interea palaeographia ut scientia quoque creat. [Palaeographia = scientia appertinens studium comprehensionemque antiquorum manuscriptorum archivique. Ed.] Hoc modo post perscrutationem longinqua iterum invenit Ondertussen maakt hij tevens van de paleografie een wetenschap. [Paleografie = wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen en ontcijferen van oude handschriften en archiefstukken. Red.] Zo herontdekt hij na lang onderzoekwerk de zogenaamde oud-Romeinse (Papale) handschriften die zonder hem tot de vergetelheid waren gedoemd. Er zijn slechts vijf exemplaren van bewaard gebleven!

Wat wel tot tegenstrijdigheden leidt met het Gregoriaans is het toepassen van zijn klassieke muziekopleiding op de Gregoriaanse melodie, vooral de puntjes (verlengingen) en ictus (verticale streepjes) zijn compleet on-gregoriaans en dikwijls tegenstrijdig met de handschriften. Dom Mocquereau wou het soms moeilijk zingbare Gregoriaans muzikaal mooi maken, zodat iedereen kon meezingen. Dit was wel een goedbedoeld initiatief.

Dom Cardine en de kritische uitgave

Op het einde van de negentiende eeuw was er al vraag naar een kritische uitgave van de Gregoriaanse zangboeken. Pas wanneer priester Hinigio Anglés in 1947 het hoofd wordt van het Pauselijk Instituut voor Gewijde Muziek komt dit in een stroomversnelling.

Dom CardineIn 1928 staat voor de poort van de abdij van Solesmes een tengere, wat fragiele jongeman die graag wil toetreden tot hun orde. Hij wordt toegelaten en zijn toetreding zal de abdij van Solesmes niet spijten. Zijn naam is Eugène Cardine. Door zijn toen al zeer grondige kennis van het Gregoriaans wordt hij bijna onmiddellijk hoofd van de afdeling Paleografie.

Hinigio Anglés bezoekt in 1948 de abdij van Solesmes en vraagt aan Dom Cardine zich met die kritische uitgave te belasten. Dom Cardine gaat consequent op zoek naar de Gregoriaanse handschriften van de eerste generatie uit de tiende eeuw. Zo doet hij een nieuwe wetenschap ontstaan, de semiologie of de interpretatie van melodische tekens zonder juiste toonhoogte, maar die de tekst ritmisch en expressief ondersteunen.

Na wat tegenkantingen werden zijn ideeën aanvaard en aan de hand van zijn persoonlijke Graduale Romanum waar hij de neumen van Sankt Gallen had bijgeschreven, werd zijn Graduel Neumé in 1966 gedrukt. Dit resulteerde uiteindelijk in de uitgave van de Graduale Triplex in 1979, waar Dom Cardine door twee experten de neumen van Laon en Sankt Gallen, zeer precieze neumen, liet noteren.

De kritische uitgave van de oorspronkelijke Editio Vaticana was een feit. Wel met dien verstande dat er verder niets mocht gewijzigd worden in de Graduale Romanum, dit was wettelijk verplicht en het is nog altijd van toepassing.

Op latere leeftijd besefte Dom Cardine dat de semiologie niet door één mens alleen kon worden onderzocht, geïnterpreteerd en onderwezen. Onder zijn impuls besloten zijn beste leerlingen een team onderzoekers te vormen, namelijk de AISCGre, Associazione Internazionale Studi di Canto Gregoriano. Zij vergaderen nog altijd op geregelde tijdstippen, en bespreken en vergelijken de bevindingen van hun respectievelijke onderzoeken van authentieke Gregoriaanse manuscripten. Het resultaat van dit ondertussen internationale gezelschap is de uitgave van de Graduale  Novum I, voor zondagen en feestdagen, en Graduale Novum II, voor het tijdeigen van de heiligen en de weekdagen.

Graduale Romanum

Maar ook de Graduale Romanum van 1908 werd regelmatig aangepast naargelang de liturgische wijzigingen die voorkwamen in de loop van de tijd. Na het Tweede Vaticaans Concilie verschijnt dan in 1974 de huidige versie van de Graduale Romanum, een verhaal van bijna een eeuw! Het origineel van 1908 is daarom niet te vergelijken met de hedendaagse versie.

Dom Pothier, Dom Mocquereau en Dom Cardine incasseerden dikwijls kritiek, zelfs nu nog, maar dank zij hen kunnen wij het Gregoriaans op een verfijnde wijze zingen.

Samengevat: Liber Gradualis > Liber  Usualis > Editio Vaticana of Graduale Romanum > Graduel Neumé > Graduale Triplex > Editio Vaticana Critica of Graduale Novum I en II.

Zomer 2019

Omnia Annotamenta

Annotatores nostri:

  Dns. Jean-Pierre Exter
  Dna. Myriam Van Lerberghe-Thibaut

     Negatio & Attributio - © 2006-2019 Cantica Chorus Gregorianus - SJ Creative Design